Veelgestelde vragen
Hier vind je vragen en antwoorden over het nieuwe medicatieproces
Kunnen huisartsenpraktijken, huisartsenspoedposten en eerstelijnsorganisaties zich al voorbereiden op de veranderingen?
Op dit moment zijn nog geen concrete voorbereidingen nodig. In de kickstartregio’s wordt samen met huisartsenpraktijken, huisartsenspoedposten, apotheken, regionale samenwerkingsorganisaties (RSO’s) en softwareleveranciers getest hoe het nieuwe medicatieproces in de praktijk werkt.
Na deze fase wordt duidelijker hoe organisaties zich kunnen voorbereiden. LHV en NHG delen hierover informatie met huisartsen. InEen informeert eerstelijnsorganisaties en huisartsenspoedposten. Actuele ontwikkelingen vind je op deze website.
Wat is de basis van het programma Medicatieoverdracht?
De basis is de kwaliteitsstandaard Overdracht van medicatiegegevens in de keten, in 2020 gepubliceerd door het Zorginstituut Nederland. Deze kwaliteitsstandaard is ondertekend door alle zorgsectoren die met medicatie te maken hebben, patiëntenfederaties en zorgverzekeraars. In de standaard staat beschreven welke medicatiegegevens beschikbaar moeten zijn voor elke zorgverlener die medicatie voorschrijft, ter hand stelt of toedient en dat deze zorgverlener verantwoordelijk is voor verificatie van deze informatie.
In de nieuwe kwaliteitsstandaard zijn de verantwoordelijkheden van voorschrijver, apotheker, toedieners (zoals verpleegkundigen en verzorgenden) en de patiënt aangescherpt en afgestemd op de praktijk. De basisset van medicatiegegevens, die altijd aanwezig dient te zijn op het moment van verlenen van zorg, is vastgesteld. Verificatie van de beschikbare medicatiegegevens in een gesprek met de patiënt blijft essentieel. Nieuw is dat niet altijd medicatieverificatie hoeft plaats te vinden, maar dat dit afhankelijk is van de professionele risico-inschatting van de voorschrijver of apotheker. Naast voorgeschreven en verstrekte medicatie wordt voortaan ook de medicatieafspraak, toedieningsafspraak en het medicatiegebruik geregistreerd en is overdracht van medicatiegegevens naar verpleeg- en verzorgingshuizen, thuiszorgorganisaties, trombosediensten en tandartsen ook mogelijk. In de gehele keten dus.
Essentieel is de uitwerking van de digitale uitwisseling van de medicatiegegevens tussen alle zorgverleners met toestemming van de patiënt. De digitale uitwisseling wordt gerealiseerd door het inbouwen van informatiestandaarden in de zorginformatiesystemen. Naast de aanpassing van de software gaan zorgverleners ook werken met nieuwe afspraken over samenwerking in de keten. Aangepaste software en nieuwe ketenafspraken samen noemen we het nieuwe medicatieproces.
Hoelang gaat het duren voordat zorgbreed medicatiegegevens uitgewisseld kunnen worden?
De invoering gebeurt stap voor stap. In de kickstartregio’s Rijnmond en Friesland wordt de nieuwe werkwijze met de medicatiestandaard eerst op kleine schaal getest. In 2026 werken we in deze regio’s toe naar de eerste livegang van huisartspraktijken en andere zorgverleners in de keten (denk aan openbare apotheken, ziekenhuizen, trombosediensten, etc.). Daarna volgt de regionale opschaling en wordt eerst meer volume gecreëerd. Gevolgd door landelijke uitbreiding.
Wanneer welke organisatie aan de beurt is, is nu nog niet bekend. In Nederland zijn ruim 16.000 zorgaanbieders in Nederland en ongeveer 75 softwareleveranciers betrokken bij deze veranderingen rondom het medicatieproces.
In 2026 bereiden alle sectoren, dus ook de sector huisartsenzorg, zich voor op regionale uitrol en de groei naar landelijke opschaling. Belangrijke randvoorwaarden moeten dan wel zijn ingevuld:
- Voor de regionale huisartsenorganisatie (RHO) is een coördinerende rol voorzien bij de regionale implementatie. Daarbij is het belangrijk dat de RHO, andere zorgsectoren en regionale samenwerkingsorganisaties (RSO’s) duidelijke afspraken maken over wie welke rol, taak en verantwoordelijkheid heeft. Ook moeten de communicatielijnen helder zijn. In 2026 wordt verder uitgewerkt hoe deze regionale samenwerking eruitziet.
- De scholing moet op tijd klaar zijn zodat iedere huisartsenpraktijk en huisartsenspoedpost (HAP) weet wat er verandert en wat de (regionale/lokale) aandachtspunten zijn. Let op: leveranciers verzorgen de ‘knoppentraining’.
- Softwareleveranciers in verschillende zorgsectoren voeren de nieuwe functionaliteiten niet allemaal tegelijk in. Daardoor kunnen systemen in de huisartsenzorg (HIS en HAPIS) bijvoorbeeld al nieuwe functionaliteiten hebben, terwijl systemen in de farmacie die nog niet hebben. Dit noemen we een hybride situatie. Het projectteam MO HAZ biedt RHO’s, huisartsenspoedposten en huisartsenpraktijken handvatten om hiermee om te gaan.
Het invullen van de randvoorwaarden – scholing, implementatie-toolkit, een concrete opschalingsorganisatie in de regio - valt onder de huidige subsidieregeling die de sector huisartsenzorg heeft aangevraagd en gekregen. De huidige subsidieregeling loopt tot juli 2027. De opschaling loopt door tot en met 2028. De financiering hiervoor is onderwerp van gesprek tussen de sectoren en het ministerie van VWS.
Waarom kost het zoveel tijd om het nieuwe medicatieproces te realiseren?
Omdat veel zorgverleners, organisaties en softwareleveranciers op elkaar moeten worden afgestemd. Het gaat niet alleen om aanpassingen in software, maar ook om nieuwe afspraken over werkprocessen en samenwerking in de keten.
In totaal zijn 9 zorgsectoren, ongeveer 16.000 zorgorganisaties, de patiëntenfederaties en circa 75 softwareleveranciers betrokken. Alle onderdelen moeten goed op elkaar aansluiten.
Daarom wordt het nieuwe medicatieproces eerst getest in de kickstartregio’s. Zo kunnen knelpunten worden opgelost voordat de landelijke uitrol plaatsvindt.
Wordt het straks verplicht om medicatiegegevens uit te wisselen volgens de afspraken die binnen het programma Medicatieoverdracht zijn gemaakt?
Ja, het elektronisch uitwisselen van medicatiegegevens wordt wettelijk verplicht.
Op 1 juli 2023 is de Wet elektronische gegevensuitwisseling in de zorg (Wegiz) ingegaan. De Wegiz is een kaderwet die met ‘algemene maatregelen van bestuur’ (AMvB’s) gegevensuitwisselingen aanwijst die verplicht elektronisch moeten plaatsvinden. De AMvB voor medicatieoverdracht gaat gelijktijdig in met de verplichting vanuit Europa, via de EHDS. Dit is maart 2029. Medicatieoverdracht is een van de vijf gegevensuitwisselingen die prioriteit hebben onder de Wegiz. Dit betekent dat zorgaanbieders verplicht worden om software te gebruiken die gecertificeerd is volgens NEN-normen, zoals de NEN7503 en NEN7542. De basis van deze NEN-normen is de informatiestandaard Medicatieproces 9 die weer verbonden is met de kwaliteitsstandaard Overdracht van medicatiegegevens in de keten.
Op basis waarvan zijn de informatiestandaarden ontwikkeld?
De informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), Contra-indicaties en Overgevoeligheden (CiO) en de Uitwisseling laboratoriumgegevens (Lab2Zorg) vormen samen de set van informatiestandaarden die nodig zijn voor digitale uitwisseling van medicatiegegevens. De standaarden zijn ontwikkeld op basis van de kwaliteitsstandaarden van het Zorginstituut Nederland. Deze kwaliteitsstandaard is de basis voor de inrichting van het zorgproces bij medicatieoverdracht.
Wat betekent het nieuwe medicatieproces voor de patiënt?
Patiënten krijgen via een PGO (Persoonlijke Gezondheidsomgeving) een compleet en actueel inzicht in de medicatiegegevens. Daarnaast kunnen zij straks het werkelijke gebruik aangeven, zelfmedicatie of medicijnen uit het buitenland toevoegen. Deze gegevens kunnen ze delen met de huisarts. Dit is een aanvulling op de zorggegevens die tijdens VIPP OPEN beschikbaar zijn gesteld.
Bij wie kan ik terecht met vragen specifiek voor mijn praktijk of gericht op mijn regio (RHO)?
Vragen over het nieuwe medicatieproces voor de eigen praktijk of regio kunnen worden gesteld via: info@samenvoorhuisartsenzorg.nl
Wat verandert er voor mij als huisarts?
Op de informatiekaart staat een overzicht van de belangrijkste veranderingen. Aanvullende vragen kunnen gesteld worden aan info@samenvoorhuisartsenzorg.nl
Heb je vragen of ideeën?
Neem gerust contact op.